Nederland schaalt AI snel op; Dell-topvrouw schetst trends die investeringen in 2026 aanjagen

Nederland maakt in hoog tempo de stap van experimenteren met kunstmatige intelligentie naar grootschalige inzet. Wat vorig jaar vernieuwend leek, is nu pas het vertrekpunt. Volgens Isabel Moll, CEO van Dell Technologies Benelux, zullen richting 2026 een aantal duidelijke trends bepalen hoe AI hier te lande als motor voor economische groei, innovatie en maatschappelijke vooruitgang wordt benut.
Snelheid en efficiëntie worden volgens Moll doorslaggevend. AI helpt organisaties processen te automatiseren, beslissingen beter te onderbouwen en sneller te schakelen. Dat is zichtbaar in cruciale sectoren als logistiek en agrifood, waar AI ketens soepeler laat verlopen en operaties efficiënter maakt, met impact op internationale handelsstromen waarin Nederland een sleutelrol speelt.
Ook de overheid zet AI in om diensten sneller, toegankelijker en persoonlijker te maken. De adoptie versnelt: het Centraal Bureau voor de Statistiek meldt dat in 2024 al 22 procent van de Nederlandse bedrijven met tien of meer medewerkers ten minste één AI-toepassing gebruikte, tegen 14 procent in 2023.
Die versnelling vraagt om een digitale infrastructuur die is klaargestoomd voor het AI-tijdperk. De data-explosie – inmiddels bestaat meer dan 80 procent van alle nieuwe data uit tekst, beeld en video – stelt andere eisen dan de systemen die zijn ontworpen voor gestructureerde data.
Nederlandse organisaties kiezen daarom vaker voor een hybride architectuur: gevoelige of bedrijfskritische data en modellen blijven in de eigen omgeving, terwijl de cloud flexibiliteit biedt voor schaalbare workloads. In sterk gereguleerde sectoren zoals zorg, financiële dienstverlening en overheid is deze aanpak essentieel om te voldoen aan wet- en regelgeving.
Modernisering draait daarbij minder om nieuwe technologie dan om het creëren van een omgeving waarin AI veilig, efficiënt en verantwoord kan draaien. Tegelijk winnen kleinere, taakgerichte AI-modellen terrein. Steeds vaker kiezen organisaties voor micro-LLM’s die lokaal draaien op laptops, AI-pc’s, connected devices of edge-systemen.
De voordelen: snellere reactietijden, betere privacy doordat data op het apparaat blijft, meer veerkracht bij wegvallende verbindingen en een lager energieverbruik. Dat past bij de nationale focus op energiezuinig werken en het ontlasten van het elektriciteitsnet.
Innovatiehubs zoals Amsterdam Science Park, High Tech Campus Eindhoven en YES!Delft spelen hierbij een rol door oplossingen te ontwikkelen die de energievoetafdruk van datacenters verkleinen. Energie wordt volgens Moll een bepalende factor voor de toekomst van AI.
De groeiende vraag naar rekenkracht zorgt ervoor dat het energieverbruik van digitale infrastructuur tegen 2026 naar verwachting verdubbelt, terwijl de overheid stuurt op klimaatneutrale datacenters vanaf 2030. Nederlandse operators investeren daarom in energiezuinige systemen, hernieuwbare energie en warmteterugwinning.
Die investeringen zullen in 2026 verder versnellen, gedreven door nauwere samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen. In dat perspectief is de energievoorziening niet alleen een uitdaging, maar ook een aanjager van innovatie rond AI in Nederland.
