Import uit Xinjiang verzesvoudigd; Nederland mist deadline voor EU-toezichthouder dwangarbeid

De handel tussen Nederland en de Chinese regio Xinjiang is de afgelopen jaren flink toegenomen, ondanks aanhoudende zorgen over dwangarbeid en andere mensenrechtenschendingen. De import uit Xinjiang is in korte tijd verzesvoudigd; vorig jaar werd voor bijna 500 miljoen euro aan goederen ingevoerd.
Tegelijkertijd heeft Nederland een cruciale termijn gemist om een toezichthouder aan te wijzen voor een nieuwe Europese wet die de import van met dwangarbeid gemaakte goederen moet tegengaan en die volgend jaar van kracht wordt. Xinjiang, in het noordwesten van China, is traditioneel het thuis van veel Oeigoeren en andere moslimminderheden.
De afgelopen jaren verschenen tientallen onderzoeken waarin sprake is van onderdrukking, marteling, verkrachting, dwangarbeid en gedwongen sterilisatie. China zet die bevindingen weg als “leugens uit het buitenland”. In 2021 oordeelde de Tweede Kamer dat de manier waarop China de Oeigoeren behandelt als genocide moet worden bestempeld.
Desondanks nam de import uit Xinjiang sindsdien verder toe. Hoeveel van die goederen via Nederland worden doorgevoerd naar andere EU-landen is onbekend. “Een verbijsterende ontwikkeling,” zegt onderzoeker Adrian Zenz, die mensenrechtenschendingen in China bestudeert en zowel de Verenigde Naties als de Europese Commissie adviseert.
Volgens hem is er voor consumenten die een product uit Xinjiang in Nederland kopen “een extreem grote kans” dat het met dwangarbeid is gemaakt, met name bij speelgoed en meubilair. “We hebben bewijs dat deze sectoren betrokken zijn bij vormen van Oeigoerse dwangarbeid, zoals verplichte tewerkstelling,” aldus Zenz.
Een Oeigoerse vluchteling, Abudrehim, vertelt dat hij als scheikundeleraar zag hoe zijn studenten onder dwang katoen moesten plukken. De Europese Unie voert vanaf volgend jaar nieuwe regels in om de import van producten waarbij een risico op dwangarbeid bestaat te beperken.
Importerende bedrijven moeten dan aantonen dat hun handelsketens vrij zijn van dwangarbeid, en er komt een zwarte lijst met hoogrisicoproducten. “Eigenlijk weten veel bedrijven wel waar producten worden geproduceerd en welke weg die afleggen, maar ze kijken misschien weg of willen het niet weten,” zegt advocaat Barbara van Straaten, gespecialiseerd in economisch strafrecht.
Zij juicht de wet toe, maar wijst erop dat Nederland achterloopt: lidstaten hadden tot afgelopen december om een toezichthouder aan te stellen, maar dat is hier nog niet gebeurd. “Daar maak ik me zorgen over,” zegt Van Straaten. D66-minister Sjoerd Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) noemt het “een goede vraag” waarom er nog geen toezichthouder is.
“Dat is een vereiste van de Europese Commissie om ervoor te zorgen dat we voldoen aan deze wet. Ik vind dat we daar ongelofelijke haast achter moeten zetten.” Sjoerdsma was in 2021 initiatiefnemer van de motie waarin de behandeling van de Oeigoeren door China scherp werd veroordeeld; China ontzegde hem daarop de toegang tot het land.
Intussen lijkt het erop dat de ergste kou tussen hem en zijn Chinese gesprekspartners uit de lucht is. Op de vraag of hij de onderdrukking van de Oeigoeren in gesprekken ter sprake zal brengen, antwoordt hij dat hij niet alle onderwerpen openbaar maakt, maar “u kunt ervan uitgaan dat we, naast de enorme kansen die er zijn in onze samenwerking, ook de pijnpunten zullen benoemen.
En dit zal er waarschijnlijk één van zijn.”
